Mijn leven leek aan de buitenkant altijd zo perfect

Mijn leven leek aan de buitenkant altijd zo perfect: rijke ouders, veel vriendinnetjes en binnen het wereldje van het skiën leek ik een veelbelovend aankomend talent. Maar niets was minder waar.

In de straat waar ik woonde, woonden veel kinderen en iedereen speelde met iedereen, echt zo'n dorps gebeuren zeg maar. Rond groep 4 kwamen er wat nieuwe gezinnen in de straten eromheen wonen en die kinderen kwamen bij ons in de speeltuin spelen en begonnen te stoken en te pesten. Als kind van miljonairs (we woonden overigens toen nog gewoon in een rijtjeshuis), en als kind dat actief bezig was met golfen en skiën paste ik niet in hun plaatje van 'normaal' en werd ik al snel het slachtoffer van de pesterijen. Ik werd geschopt, geslagen, uitgescholden en ik mocht niet meedoen met spelletjes. Mijn ouders hadden niet door wat er precies gebeurde en zeiden dat ik maar wat meer van me af moest bijten.
In groep 7 kwam er een nieuw meisje in de klas, dat het op mij en mijn vriendinnetje voorzien had, omdat wij lichamelijk al vroeg in de puberteit kwamen. Ze was een achternichtje van me en bleef maar herhalen dat ze liever had dat we geen familie zouden zijn. De veilige plek die ik op school had gecreëerd werd van me af genomen toen ook daar het uitschelden en buitensluiten begon. De groepsleerkacht zei dat het uit elkaar groeien van een klas erbij hoorde in groep 7/8 en deed niks om de pesterijen te stoppen.

Inmiddels had mijn moeder wel door hoe ik eronder leed en uiteindelijk stemden mijn ouders ermee in dat ik naar een middelbare school zou gaan die ruim een uur fietsen weg was. Dichterbij waren scholen die net zo goed bekend stonden, maar ik wilde hoe dan ook voorkomen dat ik bij de pesters in de klas zou komen. Ik kwam terecht op een gymnasium en maakte meteen vriendinnetjes. Het golfen, het skiën en het rijk zijn werden geaccepteerd en niet als 'raar' gezien. Ik ging met plezier naar school en leefde helemaal op. Tot na een half jaar mijn neef zelfmoord pleegde. Het was binnen no time bekend op school (hoewel hij naar een andere school was gegaan). Klasgenootjes mochten van hun ouders niet meer met me om gaan omdat ik en mijn familie een slechte invloed zouden zijn. Het schelden, slaan en buitensluiten begon weer van voren af aan. Ik fietste huilend vanuit school naar huis iedere dag en gaf onderweg naar school regelmatig over van angst.
School was hier allert op en probeerde in te grijpen, zo heb ik meerdere gesprekken gehad op school met de pesters en ook alle ouders erbij. Op school trok niemand met me op, maar het pesten op school stopte, hoewel het zich verplaatste naar de wegvan/naar school. Ik werd opgewacht, achterna gezeten, enz. Ik begon structureel te laat te komen en spijbelde vaak het laatste uur om de pesters te kunnen ontlopen.

Naar boven