Ik ben Gerlinda van Gorp

Ik ben Gerlinda van Gorp.
 
Het Pesten van mij begint op de kleuterschool. Kinderen willen niet met me spelen, sluiten me buiten en schelden me uit. Ik stond toen nog niet bij stil dat dit pesten was.
In groep 3 van de basisschool werd het steeds erger, ik werd uitgescholden omdat ik dik was, oudere basisschoolkinderen trokken midden op straat mijn broek omlaag, om me te vernederen. Ouders stonden erbij maar zeiden niets. Ik voelde me toen alleen.
Ik werd heel vaak uitgescholden, ze riepen dan, trol, vetklep, dikzak, monster enz. Ik werd ook bekogeld met sierappels, waardoor ik grote blauwe plekken op mijn rug had.

Mijn ouders hebben paar keer gesprek gehad met school maar er werd niet veel aangedaan.
mijn moeder heeft ook paar keer kinderen aangesproken, maar dit mocht allemaal niet helpen.
Ik werd ook regelmatig door kinderen geslagen.
In groep 7 heb ik paar keer gesprekken gehad met een leraar omdat mijn punten heel slecht waren. Toen moest ik naar de RIAGG, omdat het heel slecht ging, daar veel gesprekken gehad. Toen zeiden ze tegen mijn ouders dat ik op tijd was, omdat ik anders al zelfmoord had gepleegd.
Veel gesprekken gehad en weerbaarheidstraining. Toen ging het een beetje beter.
Toen moest ik groep 7 een jaar overdoen, kijken of het dan beter zou gaan.
Maar in groep 8 kreeg ik een leraar die ook mee begon te pesten. Hij zei bijvoorbeeld als ik bij hem achter op de fiets moest naar sport, dat zijn fiets dubbel zou klappen, dat ik zelf met de fiets moest komen, want anders zakte zijn fiets doormidden. enz.
Het pesten werd toen steeds erger. Hij wilde eigenlijk dat ik na de basisschool naar speciaal onderwijs zou gaan, zodat ik de pesters niet meer zou zien. Maar ik wilde me niet door de pesters weg laten jagen.
 
Op de middelbare school werd het pesten alleen maar erger. Nu werd ik door anderen gepest. Ik werd vaak uitgescholden, kreeg klappen in mijn gezicht en werd buitengesloten. Ik durfde niet te gaan sporten, dus deed vaak of ik ziek was of geblesseerd. Ik durfde niet meer te eten op school en gooide mijn lunch weg.
Op school hadden we een vertrouwenspersoon, daar had ik mijn verhaal aan gedaan. Toen zei ze dat ik me niet zo moest aanstellen en dat ik niet gepest werd. Toen zei ik dat ik soms aan zelfmoord dacht moest ze lachen en zei dat ik me niet aan moest stellen. Vervolgens had ze het tegen alle leraren verteld en sommige hadden het tegen leerlingen verteld, waardoor ik weer gepest werd.
Maar het pesten werd steeds erger, we kregen thuis telefoontjes waarbij ze vertelden dat ze mij zouden vermoorden. We kregen ook dreigbrieven thuis waarbij ze zeiden dat ze mij zouden vermoorden.
Tijdens de kerstperiode hadden ze met spuitsneeuw een scheldwoord opgeschreven. (weet niet meer precies wat). Ik durfde 's avonds niet meer alleen naar buiten, vond het eng om alleen te zijn.
 
Op dit moment kon ik het niet meer goed aan en zei tegen een paar meiden waarvan ik dacht dat ze vriendinnen waren dat ik het niet meer aan kon en zelfmoord wilde plegen, ik begon toen ook mezelf te automutileren. (snijden, slaan, knijpen) . Die meiden waren naar de leraar gegaan en die had naar huis gebeld en mijn moeder de huisarts, waardoor ik weer psychische hulp kreeg.
De hele middelbare schooltijd ben ik heel erg gepest geweest, maar gelukkig uiteindelijk met veel moeite mijn diploma gehaald.
 
Na de middelbare school ging ik naar het ROC.
ik vond het daar eerst heel leuk, werd niet gepest, totdat ze aan het einde van het schooljaar zeiden, je kunt deze opleiding niet doen want je bent te stil, je moet maar een niveau lager.
dus ik niveau lager. Dit gehaald, maar toen zeiden ze dat ik een niveau hoger niet meer mocht doen want dat was toch niets voor mij.
 
Mijn ouders en ik hadden toen gesprek gehad met de directeur en die vertelde dat de leraren zeiden dat ik die opleiding helemaal niet meer wilde doen. Uiteindelijk mocht ik toch terug naar niveau 3. Maar toen werd ik ziek en werd geopereerd. De stage vond dat ik het niet goed deed, omdat ik te stil en onzeker was. (maar de stagebegeleidster had van de vorige stage een verslag gekregen hoe ze mij het beste kon begeleiden, maar daar wilde ze niet naar kijken).
Met school in gesprek gegaan en toen moest ik maar een maand thuis blijven. Na een maand wilde ik weer met goede moed terug, maar had de directeur met de leraar achter mijn rug om besloten dat ik niet meer terug mocht komen.
 
Daarna thuisstudie gedaan en alles gehaald op stage na, toen blokkeerde ik en durfde ik niet meer en ben ik noodgedwongen gestopt. Na al deze dingen, werd ik op het werk door een uitzendkracht aangerand. De politie nam me niet echt serieus en zei tegen mij dan weet je tenminste dat 1 jongen jou leuk vind  en toen ben ik psychisch helemaal ingestort.
Ik kon niet meer leren, durfde huis bijna niet uit, maar moest doorgaan. Weer psychische hulp gekregen. Ik moest 3 dagen per week naar de psychiater toe, omdat ze bang waren dat ik me zelf iets aan wilde doen. Na veel gesprekken en onderzoeken had ik een paar diagnoses gekregen.
Door het pesten had ik een zware depressie, posttraumatische stresssyndroom, ik heb borderline persoonlijkheidsstoornis, aanpassingsstoornis, angstaanvallen.
 
Toch ben ik al die tijd door blijven vechten, maar merk nog steeds wat pesten met me gedaan heeft. Ik vertrouw mensen minder, ben snel bang, heel onzeker, faalangst, vermijd liever nieuwe situaties omdat ik daar heel gespannen van wordt. Durf mijn emoties niet te tonen omdat ik bang ben dat mensen me gaan pesten.
De laatste keer psychische hulp heeft me gelukkig wel redelijk goed geholpen.
Snijd mezelf niet meer, kan weer van dingen genieten, ook al heb ik nog steeds van die dagen dat het niet goed gaat. Soms denk ik nog wel aan zelfmoord, maar ik weet ook, zelfmoord is geen oplossing. ik blijf vechten, want een pester mag de strijd nooit winnen.
Ik geef de hoop niet op, want ooit moet het goed komen.
 
groetjes van Gerlinda.

Naar boven