Het verhaal van Joyce de Vries

“Sta erboven Joyce, woorden doen geen pijn” – was iets wat mijn ouders vaak tegen me zeiden. Ik probeerde altijd te leven naar deze wijsheid, misschien zat er een kern van waarheid in.

Elke keer leek er een andere goede reden voor mensen om mij te pesten. In de onderbouw op de basisschool was het mijn rode haar, in de bovenbouw vonden mensen me te dik en op de middelbare school werd alles aangegrepen om me de grond in te stampen.

Ik was geen doorsnee meisje; ik hield niet van dezelfde muziek als anderen, de kleding die ik droeg was anders, mijn haar had ik in allerlei kleurtjes en ik ging niet mee met trends – Ik wilde mijn eigen leven leven.

 

Het pesten heeft mijn leven zodanig in de war geschopt dat mijn eigen leven niet was wat ik voor ogen had. Ik was ongelukkig. Naar school wilde ik niet meer, ik deed er alles aan om maar niet bij deze mensen op school te hoeven zitten. Met als gevolg dat ik naar lager onderwijs moest, ik was hoopvol, misschien was het daar fijner. Helaas voor mij; nagenoeg de hele klas zat ineens op een lager niveau en dat betekende dat ik wéér met die mensen in de klas moest zitten.

Waar ik eerst boven het gepest kon staan, werd het nu steeds lastiger. Ik was zo boos, niet alleen op de mensen de me zo pesten, maar vooral op mezelf. Er moest
wel iets ernstig mis zijn met me. De woede vrat me op van binnen, een uitweg was er voor mij niet meer. Ik begon mezelf te verwonden, uiteindelijk was dat, hoe slecht ook, mijn redding. De woede die alles leek op te slokken werd er minder van.

Het is niet de juiste manier van omgaan met problemen, maar als het pesten zo lang doorgaat en je jezelf niks meer waard vind dan kan zoiets de enige oplossing zijn. Hoe mijn vader en extramoeder erachter zijn gekomen dat het niet goed ging is me een raadsel, maar na veel gesprekken is er besloten dat ik in therapie moest.

Door het pesten is er zoveel kapot gemaakt dat ik van mijn 15e tot mijn 22e intensieve therapie nodig heb gehad. Ik heb te kampen met een flinke persoonlijkheidsstoornis waar ik dagelijks last van ondervond. Ik heb ambulante therapie gehad, crisisopnames en klinische opnames. De langste daarvan was 9 maanden.

Ik ben nu 25 – er is altijd tegen me gezegd dat ik niet zou kunnen werken, dat school onmogelijk voor me zou zijn en dat het beter was als ik mezelf zou ontzien. Gelukkig heb ik daar niet naar geluisterd en heb ik, na hard knokken, een diploma, eigen huis
en een baan.

Het pesten heeft me gigantisch kapot gemaakt, nog regelmatig heb ik het idee dat ikniks waard ben, dat ik er beter niet kan zijn en dat niemand me leuk vind. Gelukkig heb ik me weten te omringen met fijne mensen, die me wel nemen zoals ik ben, die me accepteren en die van me houden, die ook zeggen dat ik er mag zijn.

Mensen hebben geen flauw idee hoeveel pesten kapot kan maken. Ik slikte alles, hield mijn hoofd omhoog, liet ze niet zien wat het met me deed, hoe kapot ik ook was. Ik heb geen traan gelaten in hun bijzijn, ze hebben geen flauw idee gehad wat ze hebben aangericht.

Naar boven