Gepest

Bij deze wil ik graag mijn verhaal vertellen.
In de tweede klas van de MAVO werd ik psychisch gepest door een meisje uit mijn klas. Ik werd dus niet geschopt of geslagen, maar er werden mij nare dingen toegefluisterd die mijn zelfbeeld erg beschadigden. Ze begon na een tijdje erg populair te worden en vormde met een aantal andere leerlingen en groepje.  Ze noemden zichzelf: de gang. Het pesten werd toen een stuk heviger,  want nu was er niet 1, maar waren er meerdere personen die mij 'de grond in drukten'.
Het was afgrijselijk.

 

In de brugklas had ik het erg leuk gehad. Veel vrienden,  lol met klasgenoten. Alles ging prima. Op het introductiekamp echter,  merkte ik tijdens het zwemmen,  dat er een meisje was,  die helemaal alleen in een hoekje zat. Ik trok me dat erg aan in die tijd en ging bij haar zitten om haar te betrekken bij de activiteiten. Naarmate het jaar vorderde, hoorde ze er steeds meer bij een aan het einde van het jaar,  was er geen vuiltje meer aan de lucht.
Tijdens de zomervakantie,  ging ik eem dagje bij haar langs. Het was heel gezellig en we hadden veel lol samen.  Ik merkte wel dat ze ontzettend brutaal was tegen haar moeder.
Toen het tweede jaar begon, deed ze ontzettend lelijk tegen me. Er was een jongen buiten onze school aan het werk. Alle meisjes vonden hem knap. Zij zei dat ze met hem gezoend had. Ik geloofde dat niet en ben het hem (puberaal als ik was) gaan vragen. Daar kwam ze achter en ze schold me uit voor alles wat mooi en lelijk was. Niet hardop, nee, ze fluisterde het me toe. Tijdens het ochtendgebed (ik zat op een vrij streng gereformeerde school) huilde ik en merkte dat een groot deel van de klas me na deed door te gaan snikken, als ik dat deed.
Toen is de ellende wel echt begonnen. Ik had mijn zwakke punt meteen laten zien natuurlijk. Ze begon een groep te vormen met andere klasgenoten. Ze noemden zichzelf: de gang. Ze trokken de hele dag met elkaar op en terroriseerden de school. (Het was een kleine school. Zo'n 150 leerlingen.)
Maar het leukste (en makkelijkste) slachtoffer was ik. Ik was al erg onzeker, durfde niet goed voor mezelf op te komen,  en daar speelden zij (bewust of onbewust) op in. Er werden briefjes naar elkaar geschreven die over mij gingen,  of ze schreven briefjes naar mij met nare teksten erop. Op een dag zei zij (laten we haar maar Carmen noemen) tegen de hele klas: van de zomervakantie is Lisa bij ons geweest. We hebben 3 dagen luizen uit 't behang moeten plukken. Tijdens mijn spreekbeurt bij Engels werden er spullen naar mijn hoofd gegooid,  ik werd uitgelachen en het was geen moment stil. De leraar gaf me een hoog cijfer. Misschien ter compensatie. Op een gegeven moment kreeg Carmen verkering met een jongen uit mijn dorp, die ook bij ons op school zat. De dag dat hij jarig was, was zij bij hem in huis. Ik heb de hele dag gehuild omdat ik wist dat ze in mijn dorp was en zo het idee had dat ik ook niet meer veilig was in mijn eigen woonomgeving. Zo ging het verder en verderf. Op een ochtend viel ik van de trap en brak ik mijn been. Het eerste wat ik dacht was: 'yesss, nu hoef ik niet naar school.'
Na een week echter,  kreeg ik loopgips en krukken en mocht ik weer naar school. Zodra ik binnen stapte, werden mijn krukken door Carmen onder me weggeschopt, waardoor op de grond viel....
Toen mijn moeder mij op een dag op kwam halen voor een gesprek met mijn mentor. Carmen en ik werden daarvoor eerst door hem apart genomen.  Ze draaide het verhaal om en zei dat ik alles juist haar aandeed i.p.v. zij mij. Mijn mentor zei toen,  tja, twee verhalen. Jullie zijn allebei schuldig. Ik weet nog dat gevoel, dat ik wist dat de veilige armen van mijn moeder zo vlakbij waren en toch zo ver weg leken. Ze was 1 verdieping lager dan ik. Ik kon haar zien staan. Toen we naar beneden liepen stond 'de gang' op Carmen te wachten. Het smoezen en grinniken begon onmiddellijk. Mijn mentor verklaarde doodleuk tegen mij moeder en mij: 'de kinderen in derde wereld landen hebben het veel erger dan Lisa!'

Ik werd depressief. Erg depressief. Op een avond bedacht ik me dat het beter was om er een eind aan te maken. Ik kon maar beter niet meer leven. Ik dacht: 'als hier nu een pistool lag,  schoot ik mezelf door mijn hoofd. En het angstige daarvan was niet dat ik dat dacht,  maar dat ik niet bang was voor het idee om mezelf dood te schieten.
Vlak daarna had ik een toets bij Godsdienst. Ik had niet geleerd. Dat deed ik al een tijd niet meer. I.p.v. de antwoorden op het blaadje te schrijven heb ik het volgeklad met teksten als: I hate myself.
Mijn godsdienstleraar riep me onmiddellijk bij zich en liet mij praten. Hij gaf aan wel gemerkt te hebben dat Carmen de pik op mij had, maar niet dat t zo buiten proporties getreden was. Ik deed mijn verhaal uit de doeken. Hij vroeg of ik van plan was mezelf iets aam te doen. Ik weet niet goed meer wat ik heb geantwoord. Toen ik naar huis fietste,  besloot ik niets te vertellen tegen mijn ouders, maar toen ik mijn fiets in de schuur zette, kwam mijn moeder al naar buiten. Ze vertelde dat ze zich ernstige zorgen maakte,  nadat ze een telefoontje had gehad van mijn godsdiensleraar. De hele avond heb ik gepraat en verteld aan mijn ouders wat er allemaal was gebeurd.
Ze schrokken zich rot en de volgende dag hebben ze me thuisgehouden, om de dag daarna een gesprek met se directeur te plannen. Die kon mij vertellen dat ik psychisch gepest werd en hij beloofde mijn ouders om het binnen een week te laten stoppen en 'de gang' uit elkaar te halen.  Hij zou na een week mijn ouders bellen over de voorgang. (Mijn vader zegt vandaag de dag nog: op dat telefoontje, wachten we nog steeds.)
De week daarna werden klasgenoten 1 voor 1 bij de directeur geroepen. Schoorvoetend kwamen er een aantal  excuus aanbieden bij mij, maar als ik vroeg waarvoor, vielen ze stil. Het pesten nam wat af, maar was niet verdwenen en 'de gang' opereerde nog steeds als groep. Ze zochten andere slachtoffertjes en lieten mij wat met rust uit angst voor de eventuele consequenties.

Het einde van het schooljaar naderde en ik wist dat zowel Carmen als ik, slecht gepresteerd hadden. Toen de onderdirecteur mijn moeder belde om te melden dat ik was blijven zitten,  was ik dan ook niet verbaast. Ik was aan het werk toen mijn moeder belde met het bericht dat ik bleef zitten en dat ik binnen een half uur moest beslissen of ik op die school bleef ja of nee. Ze gaf gevraagd of Carmen ook bleef zitten,  maar de onderdirecteur zei dat hij dat nog niet wist. Ik heb de gok genomen en besloten op de school te blijven. Een paar dagen later vernam ik dat Carmen inderdaad ook bleef zitten. En vernamen we ook dat de onderdirecteur allang wist dat zij ook het jaar nog eens moest overdoen.
De hele zomervakantie heb ik mezelf streng toe gesproken en geprobeerd zo nuchter mogelijk te doen en denken. Ik was er klaar voor. En het ging goed. Niet alleen was ik minder onzeker, deze klas ving Carmen heel anders op en er was en einde gekomen aan 'de gang'. Ik begon vriendinnen te maken en werd weer vrolijker. Toen Carmen mijn vriendinnen op een dag mee nam om een ijsje te eten,  deed ze wederom alsof het andersom was geweest. Mijn vriendinnen kwamen dus verhaal bij me halen. Ik heb toen tegen ze gezegd: 'Ik kan niet bewijzen wat ik vertel. Jullie moeten zelf beslissen wie jullie willen geloven.'
Ze kozen ervoor om mij te geloven,  waar ik uiteraard heel blij om was. School werd weer leuk. Tot Carmen andere slachtoffers ging zoeken. Ze pikte er wederom een onzeker meisje uit, die ik meteen onder mijn hoede nam. Dus het is nooit zo erg geworden als bij mij. Wat wel heel erg was: onze mentor had het slachtoffer en mij bij zich geroepen en zei tegen het slachtoffer: 'ga maar naar Lisa voor hulp. Zij heeft er ervaring mee'.

Na dat schooljaar, gingen we naar het examenjaar. Zonder Carmen, die stopte met school. Het laatste jaar was dan ook geweldig. Ik was het oudste meisje van de school en de kinderen keken tegen me op. Als ik zag dat er gepest werd, vloog ik er meteen op af en drukte het de kop in. Toen Carmen een keertje langs kwam, werd ze door de volledige klas genegeerd. Klinkt misschien rot, maar dat was voor mij het ultieme moment! Dat de hele klas achter mij stond en ze met zijn allen straal langs haar liepen, zonder haar een blik waardig te gunnen. Ik heb mijn examen gehaald en kon verder.
inmiddels ben ik 14 jaar verder. Toen het pesten begon was ik 14, nu 28. Ik ben getrouwd met een lieve man,  heb een eigen huis,  een dochtertje van 4 maanden en een lieve hond. Daarbij heb ik een geweldige baan in de zorg. Ik woon in een prachtige bosrijke omgeving in de buurt van Breda en geniet iedere dag met volle teugen van mijn leven.
Wat ben ik nu dankbaar en blij dat ik toen geen gehoor heb gegeven aan mijn suïcidale gedachten. Dan had ik nooit gehad wat ik nu heb. En dat alleen door een verwend grietje met borderline (zijn we ook later achter gekomen).
Ik ben wie ik nu ben, ook dankzij haar. Zonder haar was ik niet zo sterk geweest als nu,  maar ik had het liever op een andere manier willen leren. Ze had het recht niet. Ik wil iedereen die gepest wordt op het hard drukken om te praten! Met je ouders,  met een vertrouwenspersoon,  praten, praten, praten. Krop het niet op. Laat het in je hoofd niet te ver komen. De uitspraak spreken is zilver,  zwijgen is goud, moet omgedraaid worden. Spreken is goud! Praat, vertel,  deel. Je bent t waard! En het leven dat je ooit gaat leiden, is het ook waard. Ook al zie je dat nu nog niet en geloof je daar niks van.... Ik kan het weten. Leef!

Naar boven